Uitrusting van de sporters Indoor Competitie 2017 – 2018

Dit artikel bepaalt het materiaaltype dat door sporters gebruikt mag worden, bij deelname aan WA competities. Het is de verantwoordelijkheid van de sporter om materiaal te gebruiken dat in overeenstemming is met de reglementen. In geval van twijfel zal de sporter dit materiaal tonen aan de scheidsrechter(s) alvorens het in de wedstrijd te gebruiken. Elke sporter die materiaal gebruikt dat de WA reglementen overtreedt, kan zijn scores verliezen en worden gediskwalificeerd. Hieronder beschreven zijn de algemene verordeningen die op alle divisies van toepassing zijn, gevolgd door verordeningen die slechts op bepaalde divisies van toepassing zijn. De kledingvoorschriften zoals beschreven in Boek 3 artikel 20.1 zijn van toepassing.

Er zijn 5 boogklassen:

  1. Compound
  2. Recurve
  3. Barebow, (kale recurve met face en stringwalking, boog moet door ring 12,2 mm diameter kunnen.)
  4. Longbow, (Amerikaanse Longbow, Engelse Longbow, Vlaamse lattenboog en alleen houten pijlen.)
  5. Instinctive Bow, (kale recurve met houten middenstuk, géén face of stringwalking en de ruiterboog, alle soorten pijlen.)

22.1. Voor de recurve divisie zijn de volgende zaken toegestaan:

22.1.1. Een boog van om het even welk type, op voorwaarde dat het aan het toegelaten principe en in de betekenis van het woord ˜boog˜ zoals gebruikt in doel boogschieten, namelijk een instrument dat uit een handvat bestaat (greep), middenstuk (geen shoot-through types worden toegelaten) en twee flexibele latten elk eindigend in een lattop. De boog wordt gespannen voor gebruik door eenn enkele pees direct bevestigd tussen de twee lattoppen en wanneer gebruikt, vastgehouden wordt door een hand aan het middenstuk (greep), terwijl de vingers van de andere hand de pees uitrekken, vasthouden en loslaten.

22.1.1.1. Meerkleurige middenstukken en handelsmerken aangebracht op de binnenkant van de bovenste en onderste lat zijn toegelaten.

22.1.1.2. De middenstukken met een beugel zijn toegelaten vooropgesteld dat de beugel niet constant de hand of de pols van de sporter raakt.

22.1.2. Een pees mag bestaan uit een onbeperkt aantal strengen.

22.1.2.1. De strengen kunnen van verschillende kleuren en materialen zijn. De pees kan een serving hebben ten behoeve van de trekvingers, een nok punt waaraan extra draad, indien noodzakelijk, kan zijn toegevoegd ten behoeve van de pijlnok, en om de plaats te bepalen van deze nok mogen 1 of 2 nokmerktekens geplaatst worden. Aan het einde van de pees een oog dat geplaatst kan worden op de lattop wanneer de boog opgespannen is. Voorts mag er aan de pees 1 neus- of lipmarkering zitten. De serving van de pees mag als deze is uitgetrokken niet op ooghoogte zitten. De pees mag onder geen voorwaarde zaken hebben die gebruikt kunnen worden bij het richten, zoals een peephole, marker of andere zaken.

22.1.3. Een pijlsteun die verstelbaar mag zijn.

22.1.3.1. Een pijlsteun welke verstelbaar mag zijn, een verschuifbaar drukpunt of oplegger mogen op de boog gebruikt worden mits zij niet elektrisch of elektronisch zin en geen enkele extra hulp bieden bij het richten. Het drukpunt mag niet meer dan 4 cm ( van binnen) vanaf het draaipunt van het handvat van de boog ( pivot point) naar binnen staan.

22.1.4. Een treklengte indicator (clicker), hoorbaar en/of visueel, kan worden gebruikt op voorwaarde dat deze niet elektrisch of elektronisch is.

22.1.5. Een vizier om te richten is toegestaan, maar in geen geval mag er meer dan één vizier op de boog zijn gemonteerd.

22.1.5.1. Het mag geen prisma of lens bevatten, of enig ander vergrotend apparaat, geen nivelleerde, elektrische of elektronische apparaten, noch mag het meer dan één richtpunt hebben.

22.1.5.2. De algemene lengte van het vizier (tunnel, buis, speld en/of andere gelijkaardig verlengende component) zal niet langer zijn dan 2 cm in de gezichtslijn van de sporter.

22.1.5.3. Een vizier gemonteerd op de boog mag gebruik maken van zijwaartse en hoogte verstellingen, echter het is gehouden aan de volgende bepalingen: Een extensie voor het vizier is toegestaan; Een plaat of tape met afstandsnoteringen mag gemonteerd zijn als hulp bij het richten, maar mag in geen enkel geval dienen als extra hulp; Het vizier punt kan een optische pin zijn. Het totaal van de lengte van de optische pin kan 2 cm overschrijden, op voorwaarde dat één eind vast zit buiten het gezichtsveld van de schutter als hij onder schot staat, terwijl het deel binnen de gezichtslijn, 2 cm in een rechte lijn niet overschrijdt alvorens te buigen. Het mag slechts één verlichte vlek geven onder schot. De optische pin wordt onafhankelijk gemeten van de tunnel waarin hij zit.

22.1.5.4. Op ongemarkeerde parkoersen mag het vizier niet aangepast worden ten behoeve van afstandmeting.

22.1.6. Stabilisatoren en de compensatoren van de torsievlucht (TFC) op de boog zijn toegestaan.

22.1.6.1. Zij mogen niet: Dienen als een peesgeleider; Iets anders raken dan de boog; Enig gevaar of hinder opleveren voor andere sporters.

22.1.7. Elk type pijl kan worden gebruikt op voorwaarde dat zij aan de omschrijving en betekenis van het woord pijl voldoen zoals die bij doel boogschieten wordt gebruikt, en dat dergelijke pijlen niet onnodige schade aan blazoenen of doelen veroorzaken.

22.1.7.1. Een pijl bestaat uit een schacht met hoofd (punt), nok, veren en, indien gewenst, merktekens (of fabrieksnaam) De maximumdiameter van een pijlschacht zal 9,3 mm, niet overschrijden. ( arrow wraps zijn geen onderdeel van de schacht als deze niet langer zijn dan 22 cm. Dit dient gemeten te worden vanaf de bovenkant van de pijl naar de pijlpunt toe. Het punt waar van af de meting plaats dient te vinden is de plaats waar de nok in de schacht wordt ingebracht.);de punt voor deze pijlen mag een maximumdiameter hebben van 9,4 mm. Alle pijlen van elke sporter moeten worden gemerkt met de naam of initialen van de sporter op de schacht en alle pijlen die op een doel worden gebruikt zullen hetzelfde patroon dragen, kleur(en) van de bevedering, nokken en de merktekens, indien aanwezig. Traceer nokken ( elektrisch/elektronisch verlichte nokken) zijn niet toegestaan.

22.1.8. Vingerbescherming in de vorm van vingerhoezen of uiteinden, handschoenen, of tab of plakband (tape) om de pees uit te trekken vast te houden en te lossen zijn toegelaten, maar mogen geen zaken bevatten die de sporter hulp bieden bij het trekken en loslaten van de pees.

22.1.8.1. Een verdeler tussen de vingers om het knijpen van de pijl te verhinderen. Een ankerplaat of gelijkwaardig apparaat dat aan de tab zit om te kunnen ankeren is toegestaan. Op de booghand mag een gewone handschoen, want of een gelijkaardig artikel worden gedragen, maar het mag niet vastzitten aan de boog.

22.1.9. Veldkijkers, telescopen en andere optische hulpmiddelen kunnen voor spotten van pijlen worden gebruikt:

22.1.9.1. Op voorwaarde dat zij geen hinder veroorzaken voor andere sporters.

22.1.9.2. Voorgeschreven brillen, schietbrillen en zonnebrillen mogen worden gebruikt. Geen van boven staande mag een micro-gat in de lens hebben, of gelijkwaardige apparaten, noch mogen zij merktekens dragen die kunnen helpen bij het richten..

22.1.9.3. Als een sporter het brillenglas van het niet waarnemend oog wil bedekken dan zal het volledig bedekt moeten worden of afgeplakt, of er mag een ooglap gebruikt worden.

22.1.10. Accessoires zijn toegestaan:

22.1.10.1. Inclusief een armbeschermer, borstbeschermer, boog sling, riem- of grond pijlentas. Apparaten om de voet of een deel daarvan op te liften, verbonden of onafhankelijk van de schoen, zijn toegestaan, zolang het apparaat de andere sporters niet hindert aan de schietpost of meer dan 2 cm uitsteken buiten de voetzool van de schoen. Latten beschermers/dempers zijn toegestaan. Windindicatoren (niet elektronisch of elektrisch) mogen met het materiaal, dat aan de schietpost wordt gebruikt , verbonden worden (lichtgewicht stroken/touwtje).